Tag: communicatie

Oct 06

Leerproces

Mijn dochter is anderhalf jaar oud. Dit zijn haar meest gebruikte woorden:

Baw (bal), auto, opa, oma, papa, mama, chjiets (fiets), boom, boot, bei

koek, bwood (brood), jijbaah (glijbaan), poezzzz (poes), oend (hond), taart (paard), obbepaad (hobbelpaard)

kiekkeh (kikker), eend, kauke (kuiken), pauw, boeeeeh! (koe), ei, olk (wolk)

sok/ook sok (linker sok/rechter sok)

aaien, mooi, oppedekee (hoppekee)

 
oerst (worst), boekkijkeh (boekje kijken), uit, bauk (buik), beebee (baby)

beekeh (beker), jekkeh (lekker), chjees (vlees), chjis (vis)

beisje (meisje), onge (jongen), sitteh (zitten)

oor, oog, neus, auw

haoo (hallo), dag, doeg, doei

ja

nee

 

Vooral het laaste woord gebruikt ze heel bewust. Geen speld meer tussen te krijgen. Maakt niet uit wat een ander ervan vindt, of wat de gevolgen zijn. Ze ligt er niet wakker van.

Ik ben vijfendertig jaar oud. Veel van de bovenstaande woorden gebruik ik dagelijks. Vooral het woord ‘ja’. Terwijl dat niet altijd de juiste woordkeuze is.

Best confronterend: al meer dan dertig jaar kunnen praten en soms nog steeds de verkeerde woorden gebruiken. Blijkbaar is het kind in mij ergens langs de route achtergebleven. Misschien moet ik haar eens gaan zoeken.

Share Button
3 comments
Aug 06

Anders nog iets? – deel 2

Vorige week schreef ik dit blog over klant(on)vriendelijkheid. Over mijn boosheid en mijn onbegrip. Over Jolanda, die me zo goed had geadviseerd bij Arthur & Willemijn in Utrecht, maar wiens contract in september desondanks niet wordt verlengd. En over de mail die ik daarover aan het management stuurde.

Een paar dagen later kreeg ik een antwoord. Van Arthur:

Beste mevrouw Evelyne Hermans,

Hartelijk dank voor u zeer positieve feetback, ik heb Jolanda inmiddels van u reactie op de hoogte gebracht.

Helaas is de beslissing om met Jolanda niet verder te gaan reeds genomen, het criterium van leeftijd is bij ons nooit een overweging, ook in deze kwestie niet. Neemt niet weg dat wij het zeer op prijs stellen dat u met ons mee heeft gedacht. Mag ik u er op attenderen dat wij een gratis personal shopping service hebben. Wanneer u daar in ben geïnteresseerd dan kunt u op onze side www.arthurenwillemijn.nl informatie hier over lezen en ook eventueel een afspraak maken.

Wij hopen u uiteraard ook de volgende keer op dezelfde persoonlijke manier van dienst te kunnen zijn,

vriendelijk groet,

Arthur van Buiten.

 

Mijn eerste gedachte: wat een teleurstellende mail. Leuk dat je met ons meedenkt, en mag ik je dan nu wijzen op één van onze diensten?

Had ik verwacht dat mijn mail iets uit zou halen? Dat Jolanda nog een kans zou krijgen? Nee, zo naïef ben ik ook weer niet. Had ik het gehoopt? Ja zeker! Soms, heel soms,  wil ik graag geloven dat ik iets kan veranderen in deze wereld. Dat ik een heel klein verschil kan maken.

Jolanda heeft de mail wel gekregen. Ze was er blij mee.

En dat was het. Anders… niets.

Share Button
6 comments
Aug 05

Jij bent steeds een ander

Schrijf ik voor mezelf, of voor een ander? Als ik alleen voor mezelf zou schrijven, zou ik dit net zo goed in een papieren dagboek kunnen doen. Of op een niet-openbare plek op mijn pc. Ik zet mijn teksten echter online. Toegankelijk voor iedereen, leesbaar voor de hele wereld. En als ik reacties krijg op posts, ben ik daar blij mee. Dus… schrijf ik wel degelijk (ook) voor anderen. Voor jou. Ik wil weten wat jij ervan vindt. Maar als je me zou zeggen dat mijn teksen je niets doen, zou ik mijn stijl dan aanpassen? Nee, hoogstwaarschijnlijk niet. Een tekst is nu eenmaal een gedeelte van mij. Zou ik het erg vinden? Ja, want je wijst dan een deel van mij af. En dat vind ik vaak nog erg moeilijk.

'Digit Master' door chimpansee Bakhari

Schrijven is in dit opzicht maar een vreemd ambacht. Ik begon er ooit mee, als kind, omdat ik het leuk vond. Het verzinnen van een verhaal, het kiezen van woorden, dat proces maakte me blij, zorgde voor creativiteit. En ik was er goed in. Als basisschoolmeisje ontving ik als allereerste ooit het cijfer 10 voor een opstel. Ik groeide ter plekke vijf centimeter van pure trots. Vanaf dat moment wist ik: als ik groot ben, word ik schrijfster. Schrijf ik een boek. En vind iedereen mij goed.

Maar wanneer ben je als schrijver ‘goed’? Als je iets publiceert? Als je veel boeken hebt verkocht? David Baldacci is wereldberoemd en verkoopt als een tierelier, maar ik kom niet door zijn boeken heen. Jij misschien wel. Eén van mijn lievelingsboeken, The Secret History van Donna Tartt, werd door een vriendin als ‘taai’ bestempeld. Onbegrijpelijk. Voor mij. Dus wat is toegankelijk en leesbaar, goed of slecht? Wat is kunst, wat is literatuur? En wie bepaalt dat? Een groep critici, vaak van een bepaalde generatie, die een afvinkbare lijst kenmerken heeft opgesteld waar een tekst, boek  of schilderij aan moet voldoen?  Maar hoe zit het dan met hún persoonlijke smaak?

'Flower Pot' door olifant Boon Mee

Flower Pot door olifant Boon Mee

Een tijd geleden zag ik een documentaire over een expositie van abstracte schilderijen. Kunstcritici waren vol lof over de nieuwe kleurencomposities en de onderliggende thema’s van de doeken. Totdat bekend werd dat de doeken door apen waren geschilderd. Tegenwoordig kun je in het Museum of Zoology in London naar een expositie van schilderijen die door dieren zijn gemaakt: Art by Animals. Als de creatieve uitspattingen van dieren al ‘kunst’ worden genoemd, zijn niet alle mensen dan per definitie kunstenaars?

Ik zie mijzelf niet als kunstenaar. Wel als schrijver. Omdat ik schrijf. Dat doe ik voor mezelf én voor een ander. Voor mezelf omdat het mij verlicht. Dat wat ik wil zeggen komt in geschreven woorden altijd beter uit de verf dan hardop uitgesproken. Voor jou, omdat ik weet dat je er bent. Altijd.

Haye van der Heyden schreef ooit een boek met de prachtige titel Jij bent steeds een ander. Jij, de lezer, de toeschouwer, de luisteraar, bent niet iedere dag dezelfde. De ene keer ben je iemand die van ondoorgrondelijke woorden houdt, de andere keer word je blij van column-achtige teksten die een punt maken. Ik ben zelf ook niet iedere dag hetzelfde. De ene keer ben ik boos of verdrietig, de volgende keer tevreden of blij. En mijn teksten zijn dan ook steeds verschillend.

Jou er keer op keer mee weten te raken, dat is de uitdaging. Me niets aantrekken van wat anderen er van vinden, dat is (de) kunst.

Share Button
11 comments
Jul 31

Anders nog iets?

Ik ben een sucker voor klantvriendelijkheid. En dan bedoel ik niet het verplichte “kan ik u ergens mee helpen?” in elke willekeurige kledingwinkel, waarna de zeventienjarige verkoopster mij met nauwelijks verholen desinteresse aankijkt als ik zeg dat ik een stoer jurkje zoek. En vervolgens zonder veel elan aan komt zetten met een flodderig ding met bloemmotief of stippen.

KlantvriendelijkheidIk doel ook niet op het geautomatiseerde “heeft het u gesmaakt?” aan het eind van mijn duurbetaald driegangenmenu, waarna ik de serveester, als ik eerlijk toegeef dat we het vlees taai vonden, bijna zíe denken “o jee, daar heb je er weer zo één”. Zo’n meid die me vervolgens verzekert dat ze het zal doorgeven aan de kok en die ik twee minuten later zachtjes zie praten met haar collega achter de bar. En dat het dan overduidelijk is dat ze het níet hebben over een compensatie voor onze taaigebakken lap, maar wél over hun vreselijke lot dat er weer twee van die zeikerds in de zaak zitten.

Zelden heb ik nog het gevoel dat het personeel in winkels of restaurants snapt dat klanten mensen zijn. Ze gedragen zich alsof een klant een noodzakelijk kwaad is, een ongenode gast die elk moment iets heel naars kan verlangen, zoals interactie, interesse of begrip. Stel je voor zeg, dat stond niet in de arbeidsovereenkomst! Bij de slager op de hoek heb ik eens geprobeerd een gesprekje aan te knopen. Verder dan de verplichte glimlach, gevolgd door “anders nog iets?” kwam ik niet. Terwijl ik best een manipuleerbare klant ben. Mij héb je met een persoonlijk gesprek. Met een serveerster die me een gratis prosecco aanbiedt als goedmakertje voor het taaie vlees. Met een verkoopster die na één blik op mijn afgesleten spijkerbroek-met-kinderkwijlvlek een jurkje uit het magazijn trekt dat ’zo lekker casual is’. Of met een slager die weet dat ik op vrijdagochtend altijd verse grilworst kom halen en ongevraagd al een stukje voor me achterhoudt.

Omdat klantvriendelijkheid zo’n zeldzaam fenomeen is geworden, ben ik altijd helemaal hieper-de-pieper als ik eens echt goed word geholpen. Dit gebeurde mij afgelopen zaterdag. Samen met mijn moeder kwam ik voor het eerst bij Arthur & Willemijn, een kledingwinkel in Utrecht. Ik moest een keer aan een jurkje geloven. In één van mijn eerdere blogs heb je kunnen lezen dat ik jurken eigenlijk gedoe aan mijn lijf vind, en dat maakt mij per definitie een lastige klant. Maar toen was daar… Jolanda. Jolanda die meteen zag dat lange rokken mijn korte benen opslokken. Die al snel doorhad dat ik van bloemen en stippen nekvlekken krijg. Die me makkelijke, sjorbare rokjes bracht. Kortom: een verkoopster die verder keek dan de wijzers op de klok die het einde van haar werkdag aankondigen. En juist deze Jolanda wordt binnenkort ontslagen. Onbegrijpelijk. Zo onbegrijpelijk dat ik de bedrijfsleiding de volgende mail heb gestuurd:

Geachte heer/mevrouw,

Vandaag ben ik in uw filiaal in Utrecht geweest, samen met mijn moeder. Hier werden we geholpen door een wat oudere dame, Jolanda. We waren rond 12 uur in de winkel en gingen pas om 14 uur weer naar buiten. Met een volle tas kleding. Mooie kleding. Jolanda had direct in de gaten waar we naar op zoek waren en welke kledingstukken het beste bij ons pasten. Ik was zo blij met de door haar verleende service, dat ik haar na afloop bedankte en zei dat ik hoopte dat ze me een volgende keer weer zo goed kon adviseren. Jolanda antwoordde, zichtbaar geraakt, dat die kans erg klein was, omdat haar contract in september afloopt en niet wordt verlengd.

Met deze mail wil ik u laten weten dat het ‘laten gaan’ van personeelsleden als Jolanda een verlies voor uw winkel zal betekenen, een gemiste kans. Natuurlijk, ik weet ook wel dat de overige winkelmeisjes voor het MKB veel goedkoper zijn, omdat ze niet ouder zijn dan 20. Maar de wijze waarop zij met klanten omgaan, is in geen enkel opzicht vergelijkbaar met de manier waarop mensen als Jolanda hun klanten helpen. In de twee uren dat wij in uw winkel waren, heb ik de andere aanwezige winkelmeisjes twee vragen gesteld (‘hoort hier nog een specifiek topje onder?’ en ‘heeft u nog een vergelijkbare broek, maar dan met rechte pijpen?’) en ik kreeg twee keer het antwoord ‘dat weet ik niet precies’. Met alle respect voor deze meisjes: het stond in geen verhouding tot de manier waarop Jolanda ons van dienst is geweest.

Voordat u denkt dat ik een dame van Jolanda’s leeftijd ben, of in een zelfde situatie heb gezeten, of haar ken: dat is niet het geval. Ik kwam vandaag voor het eerst in uw winkel. Ik ben 35 jaar, werk in de communicatie, en ben gewoon moe van alle klantonvriendelijkheid waar ik dagelijks mee word geconfronteerd. Het is een verademing als ik iemand tref die nog precies weet hoe het moet. En onbegrijpelijk dat juist die medewerkers uit het personeelsbestand worden verwijderd.

Ik heb niet de illusie dat mijn mail ook maar iets aan Jolanda’s situatie zal veranderen (hoe geweldig zou het zijn als ik het mis blijk te hebben?!). Mocht u in september afscheid van haar nemen, kunt u haar dan tenminste deze mail doorsturen?

Bij voorbaat dank en met groet,
Evelyne Hermans

Ik ben benieuwd of ik een reactie krijg. En of die dan net zo veel inlevingsvermogen toont als die twintigjarige verkoopsters.

Share Button
9 comments
Jul 23

Niets persoonlijks

Het is heus niet altijd makkelijk, hoor, om een leidinggevende te zijn. Ik krijg echt van alles op mijn bord. Zo moet ik af en toe wat medewerkers kwijt. Dat is heus niets persoonlijks. Ik heb van het hoger management nu eenmaal een bezuinigingsopdracht gekregen en hoe meer fte’s ik kan lozen, hoe beter dat voor mij uitpakt. Het gaat tenslotte allemaal om de cijfertjes. Dus ja, dat zo’n medewerker een intelligente persoon is, die een aantal prachtige projecten op touw heeft gezet waar de organisatie nu nog de vruchten van plukt, tja, dat is – om in managementtaal te spreken – dikke pech voor hem. Het gaat hier nu eenmaal om mijn hachje, niet om het zijne.

Natuurlijk, het is lullig als zo’n medewerker het toonbeeld is van efficiëntie en ‘out of the box’-denken. Maar geloof me, dat soort eigenschappen zijn écht niet alleen maar positief. Zulke types zorgen ook voor onrust op de afdeling. Collega’s die hun taken al jarenlang op dezelfde manier doen, hun eigen systeempjes hebben, tja, die worden niet blij als ze ineens geconfronteerd worden met iemand die het allemaal anders doet. Die ineens gegevens wil digitaliseren, of klantvriendelijkheid belangrijk vindt. Dat soort innovaties vergt een andere manier van denken en daar hebben die collega’s gewoon de tijd en energie niet meer voor. En dat neem ik ze niet kwalijk. Ik vind het als leidinggevende ook wel fijn om vooral makke schaapjes om me heen te hebben. Een ondergeschikte die te veel dingen wil veranderen, tja, dat voelt toch een beetje als een bedreiging. We doen het hier nu eenmaal al jaren op dezelfde manier. En laten we wel wezen, het is gewoon niet mijn taak om het beste uit mijn medewerkers te halen, of ze te stimuleren en te motiveren. Ik ben nu eenmaal geen coach. Bovendien is zo’n afdeling personeelszaken er niet voor niets, die moeten tenslotte ook iets te doen hebben.

Maar ik ben de beroerdste niet. Zulke ‘kop boven het maaiveld’-types doe ik altijd een goed voorstel. ‘Buigen of breken’ noemde iemand het eens, maar dat is schromelijk overdreven. Dat we het contract zo snel mogelijk willen ontbinden en zo iemand blootstellen aan een onzekere arbeidsmarkt, dat kan ook als een kans worden beschouwd. Een kans om een werkgever te zoeken die meedenkers wél op prijs stelt. Want zulke organisaties bestaan geloof ik wel, al zou ik nu even geen voorbeeld kunnen noemen. Ik werk al 34 jaar bij mijn eigen organisatie en heb niet zo’n goed beeld van hoe het er ergens anders aan toe gaat.

Dat soort beslissingen dus. Het is jammer dat een ontslag altijd zo persoonlijk wordt genomen. Zoals is al zei, er is niets persoonlijks aan; het gaat puur om cijfertjes. Dat zoiets een grote impact heeft op het privéleven van zo’n medewerker, ja, daar kan ik niet mee zitten hoor. Als ik bij elk besluit dat ik neem na moet denken over de mentale gesteldheid van degene die het betreft, of over de invloed die het heeft op hun gezinsleven en toekomstperspectief, ja, dan kan ik bezig blijven. Nee, uiteindelijk denkt iedereen alleen maar aan zichzelf, dus ik schaam me er niet voor dat ik dat ook doe. That’s life. Juist vanwege deze instelling ben ik al zo lang zo’n goede leidinggevende.

Maar goed, als u me nu even wilt excuseren, ik heb het druk. Ik moet nog wat parkeerkosten en privé-etentjes declareren en op kosten van de zaak wat boeken bestellen die ik mee op vakantie wil nemen. Want ja, na al dat gesteggel over iemands toekomst ben ik wel even toe aan wat welverdiende ontspanning.

Share Button
6 comments
Apr 24

Beste toekomstige werkgever

Vanochtend las ik dat u op zoek bent naar een positieve, organisatorisch sterke, collegiale, communicatief vaardige, representatieve en eerlijke nieuwe collega, die de juiste mix weet te vinden tussen een zakelijke instelling en een persoonlijke benadering. Graag licht ik mijn reactie op uw vacature toe.

Het werk lijkt me leuk. Oké, mijn absolute droombaan is het niet, maar ik geloof wel dat ik de functie een aantal jaartjes vol kan houden. Diep vanbinnen hoop ik natuurlijk dat het een opstapje zal zijn naar een functie op een hoger niveau. Tot die tijd zult u mij slechts af en toe horen klagen over de traagheid van de organisatie en het niet herkennen en stimuleren van talent.

Mijn inhoudelijke competenties worden in balans gehouden door een licht chaotische aanleg. Multi-tasken doe ik dagelijks; ik begin ‘s ochtends aan meerdere taken tegelijk en ben er zeer bedreven in om deze bezigheid over meerdere dagen heen te tillen. Om het overzicht uit het oog te verliezen maak ik ontelbare to-do lijstjes die ik zonder problemen kwijtraak, waardoor ik er altijd van overtuigd ben alles onder controle te hebben.

Collegialiteit staat bij mij hoog in het vaandel. Doe jij iets voor mij, dan doe ik iets voor jou. Praat jij achter mijn rug over mij? Dan roddel ik net zo hard over jou. Communicatief vaardig ben ik zonder twijfel; ik neem geen blad voor de mond en weet uit ervaring dat ontactische uitspraken in veel gevallen leiden tot verhelderende discussies.

U vraagt representativiteit. Dat vind ik een lastige. Bedoelt u dat ik mooi moet zijn om de baan te krijgen, of bent u op zoek naar iemand die altijd in een pak of jurk loopt? In het laatste geval moet ik u teleurstellen. Ik vind een jurk gedoe aan mijn lijf. Zeker in de zomer. Elke dag mijn benen en oksels scheren, en dan moet er ook nog een hakje onder in plaats van een fijn stel sneakers. Nee, als de mens in zijn favoriete kledingstuk geboren zou worden, zou ik een spijkerbroek aan mijn billen hebben gehad.

Ik ben sowieso niet echt gevoelig voor fashiontrends, ik koop alleen maar wat ik mooi vind en wat lekker zit. Ik doe geen lak op mijn nagels en laat ze ook niet groeien. Hetzelfde geldt voor mijn haren. Make-up gebruik ik natuurlijk wel, met name van die allesverhullende creme voor de schaduwen onder mijn ogen. Ook ruik ik altijd lekker. Ik moet u wel verklappen dat ik elke dag hetzelfde geurtje draag. Ik heb slechts één fles parfum in huis – meteen de grootste maat – zodat ik er voor een jaar vanaf ben. Want ik haat het om me bij Douglas of Ici Paris te laten adviseren door zo’n dichtgeplamuurd tienermeisje dat meer haar best doet om het uit haar hoofd geleerde parfumverhaaltje voor te dragen dan dat ze me vertelt welk luchtje lekker fris is en niet te veel kost.

In dit opzicht onderscheid ik mij wellicht van andere vrouwen. Poetsen, ik haat het. Wassen, ik vergeet het. Planten drogen uit, bloemen staan twee weken te stinken. Diëten is mij vreemd en voor schoenen kopen loop ik niet echt warm. Koken betekent pure stress; niets is tegelijk klaar, er kookt altijd wel iets over, er brandt regelmatig iets aan. Het is maar goed dat u niet op zoek bent naar een goedgeorganiseerde, planmatige en stressbestendige huisvrouw, want dan had ik geen schijn van kans gemaakt.

Ik hoop dat deze brief u ervan overtuigt dat ik de eerlijke nieuwe collega ben die u zoekt en dat u mij spoedig zult uitnodigen voor een persoonlijk gesprek, waarin ik zal trachten zo min mogelijk sociaal wenselijke antwoorden te geven. Wat u uiteraard op prijs zult stellen, in plaats van een concurrent-sollicitant aan te nemen die u wél volledig naar de mond heeft gepraat.

Hartelijke groeten,

Eef

 

 

Share Button
16 comments
Nov 07

De eend en de digi-bijt

Enigszins laat en lichtelijk buiten adem arriveer ik op 27 oktober 2011 bij Seats2Meet in Maarssen. Tijdens het openingswoord van Ronald van den Hoff neem ik stilletjes plaats in de volle zaal. Op de muur links van me een twitterfountain, om me heen veel iPads en scrollende smartphonevingers. Met mijn logge Nokia N95, waarmee ik door een onhandig gekozen sim only abonnement niet eens onbeperkt het internet op kan, voel ik me een beetje een holbewoner tussen al die society-drie-punt-nullers. Maar dat mag de pret niet drukken; ik zit hier toch maar mooi als winnaar van de gratis toegangskaart! En dat terwijl ik pas sinds een aantal weken een persoonlijk twitteraccount heb, met slechts 32 volgers.

Het verkrijgen van zoveel mogelijk stemmen voor mijn inzending door middel van sociale media was dan ook een grote uitdaging. En daarom extra motiverend. Allereerst ging ik heel old school te werk door m’n complete contactenlijst te mailen en vroeg ik vrienden een bericht op hun Facebookpagina te zetten. Ik plaatste een oproep op het intranet van de Universiteit Utrecht, waar ik werk. Ik meldde, uiteraard met een knipoog, dat het door de bezuinigingen in hoger onderwijsland zelfs al lastig was om een toegangskaartje van 99€ vergoed te krijgen en vroeg mijn netwerk binnen de organisatie om me te helpen. Dit had het gewenste sneeuwbaleffect en ik zag het aantal stemmen op mijn inzending vrolijk omhoog tikken. Op de sluitingsdag stokte de teller, terwijl ik het aantal stemmen van mijn grootste concurrente nog zag oplopen. Ik kon echter geen netwerk meer bedenken dat ik nog kon aanboren. Tenzij… ik mijn virtuele contacten op een discussieforum zou inschakelen. Dan zou mijn nickname echter aan mijn real life-naam worden gekoppeld. Ik twijfelde. Wilde ik wel dat mijn zakelijke contacten ergens konden vinden waarom ik soms een baaldag heb op m’n werk? Of dat ik vaak een traantje wegpink bij emo-tv zoals ‘Hello Goodbye’?  Ik besloot voor de zekerheid een nieuwe nick aan te maken. In mijn topic vroeg ik de lezers om alle inzendingen op de @Socmedprak-website te beoordelen en – als ze mijn inzending daadwerkelijk de leukste vonden – mij blij te maken met hun stem. Als tegenprestatie zou ik mijn opgedane kennis met hen delen. Het werkte! Mensen stuurden berichtjes dat ze mijn ‘voor wat hoort wat’-mentaliteit sympathiek vonden en in de laatste uren van de wedstrijd zag ik de overwinning naderbij komen. Bovendien was ik blij verrast over het feit dat ik als onopvallende eend zonder vaste kroost die buffel had weten te beklimmen, waardoor mijn bescheiden gekwaak toch over het gehele veld te horen was.

Dat is ook de boodschap van de sprekers op 27 oktober in Maarssen: met social media kun je wel degelijk een verschil maken (@EllenFaxion); het is er, je moet er iets mee, dus stop met discussiëren over de zin of onzin ervan (@Elbrich_); begin gewoon en be the dancing guy in the valley (@roosvanvugt). Met hernieuwde energie stap ik maandag de werkvloer op. Op tijd, vol inspiratie en met een lange, lange adem.

Kijk voor meer nieuws rondom dit event op de website van Sociale Media in de Praktijk.

Share Button
1 comment