Eén plus één

Ze trekt haar neusje op tot het rimpelt en knijpt haar oogjes dicht. Ze grijnst een rijtje mini-tandjes bloot en houdt haar hoofdje een beetje schuin. Ze is net van de salontafel geklommen en staat nu met die blik en die houding voor me. Ik moet nu tegen haar zeggen dat ik boos ben. Tweejarige meisjes mogen nu eenmaal niet op tafel klimmen. Zeker niet voor de derde keer. Maar haar ondeugende blik lijkt in verbinding te staan met de lachspieren rond mijn mond. Ik glimlach naar haar en schud mijn hoofd. Ze springt een paar keer op en neer, een stuiterballetje, legt haar handje tegen mijn wang en zegt “mama lief!”

Zittend op mijn knieën omhels ik haar en wrijf over haar smalle warme ruggetje. Ze drukt haar kleine, beweeglijke lijfje tegen me aan. In mijn buik komt iets tot leven en begint te bewegen. Ze merkt het, kijkt me aan met grote, opengesperde ogen en zegt “Bwote buik!” Ze zakt door haar knietjes, stroopt mijn shirt omhoog en legt haar handjes links en rechts van de grote ronde kogel. Ze drukt haar oortje tegen me aan. “Baby!” fluistert ze en geeft een heel zacht, vochtig kusje op mijn navel.

 

Dan rent ze weer van me weg. Ik kijk naar haar terwijl ze mijn portemonnee uit mijn tas vist en op zoek gaat naar ‘sjentjes’. Haar kleine vingertjes graaien naar alles wat ze in de overvolle vakjes kan vinden. Ze trekt een plat pakje met een inlegkruisje tevoorschijn (huh?), houdt het omhoog en roept “luier!” Vervolgens gaat ze op pad om het ding in de vuilnisbak te gooien. Ineens draait ze zich naar me om en vraagt “papa weg?” “Ja,” zeg ik, “papa is naar z’n werk.” Ze denkt even na en antwoordt dan: “Siejug.” “Inderdaad,” lach ik, “dat is best een beetje zielig.” Ik wrijf gedachteloos over mijn buik. Ze wijst ernaar en roept “Bwoetje!” gevolgd door die typische grijns.

Ineens voel ik me schuldig. In mijn buik groeit een klein jongetje, haar toekomstige broertje, een kind waar mijn Lief en ik bewust voor hebben gekozen. Maar waarom ook alweer? Voor me staat een meisje dat mij alles al geeft. Met haar zachte kriebelhandjes op mijn huid roept ze  een warmte in mij op die zelfs mijn Lief niet teweegbrengt. Haar ogen zijn van het mooiste blauw, haar geur kalmeert me en bij elk nieuw zinnetje dat uit haar mond komt (“Papa, mama, saaaaame kjuffelen!”) groei ik centimeters van overweldigende moedertrots. Sinds zij er is tel ik bewuster tot tien dan ooit tevoren en ben ik gaan geloven dat mindfullness-oefeningen best nuttig kunnen zijn. Krijsen tijdens het aankleden? Adem in. Trappen tijdens het verschonen van een luier? Adem uit. Om vervolgens te smelten voor haar schuldbewuste, droopy oogopslag en de woorden “mama bwoos?” die klein en breekbaar van haar pruillip druppen.

Terwijl ik mezelf een kop thee inschenk, zie ik hoe ze voelt wat ik denk. Ze tuit haar lippen tot een luchtkusje en klimt op tafel.

Er is geen kind op deze wereld dat dit ooit kan evenaren.

Nog niet.