Wil

Een zonnige zaterdagochtend in de zomer van 2010. Ik zit in de auto, op weg van Utrecht naar mijn geboortestreek. Ik heb ruim twee uur voor de reis ingepland, om er zeker van te zijn dat ik niet te laat kom.

Het is al behoorlijk warm voor de tijd van de dag. Bij Breda begint het verkeer ineens langzamer te rijden. Ik veeg een zweetdruppeltje van m’n slaap, stuur de auto enigszins naar links en tuur langs een lange rij achteruitkijkspiegels, op zoek naar een aanwijzing die een file op zaterdagochtend kan verklaren. Een paar minuten later sta ik stil, samen met tientallen andere weggebruikers; ik ben in de enige lange, stilstaande weekend-file in heel Nederland terechtgekomen.

Ik stap uit en kijk om me heen. Boven het asfalt en de rijen met auto’s voor en achter mij trilt de lucht van de hitte. Op de radio hoor ik dat er een ongeluk is gebeurd en dat de snelweg voor onbepaalde tijd is afgesloten. Ik kijk op mijn horloge. Wil is al gearriveerd in de bossen bij Zoomstede, liggend in een dichte kist. Zijn crematiedienst begint over twintig minuten.

Ik laat me weer terug achter het stuur zakken. De tranen rollen van mijn wangen naar mijn kin en landen op mijn schoot. Ik pak mijn mobiel en bel mijn moeder. Luisterend naar de sussende klank van haar stem zet ik de motor af; de crematiedienst ga ik met geen mogelijkheid meer halen. Ik hang op en zet de radio harder. De DJ van radio Veronica roept op tot het aanvragen van muziek via sms. In een opwelling pak ik mijn mobiel en verstuur de tekst: “Ik sta in een file en ga daardoor de crematie van mijn beste jeugdvriend missen. Kunnen jullie een liedje voor hem draaien?” Ik sla met beide handen hard op het autostuur en haal dan een paar keer diep adem.

Een half uur lang zit ik zwetend in de auto. “Sorry,” zeg ik hardop tegen Wil. Dan hoor ik voor en achter me auto’s starten. Ik kijk op m’n horloge; de crematiedienst is bijna voorbij. Op het moment dat ik in de eerste versnelling wegrijd, hoor ik op de radio: “Eef vraagt een liedje aan voor haar jeugdvriend, van wie ze de crematie gaat missen omdat ze in de file staat. Hier komt ie, het is een liedje van Metallica.”

Ondanks de hitte krijg ik kippenvel. Metallica… dat is de band waar Wil zo van hield tijdens onze middelbare schooltijd. Ik troost me met de gedachte dat dit geen toeval kan zijn en trap het gaspedaal in.