Tag: schrijven

Jun 11

Ik wil niet dood

[BriefBlogwisseling met Steven Gort]

Beste Steven,

Een paar dagen geleden las ik je blog met de titel Ik wil dood. Ik schrok. Ik was verbijsterd. De dood, dat is iets onbegrijpelijks, een niet te bevatten toestand die mij doodsbang maakt. Nadenken over de dood voelt hetzelfde als je proberen voor te stellen dat het heelal oneindig is. Het Engels heeft hiervoor een goede omschrijving: I can’t wrap my head around it. Het past niet in mijn hoofd. Niet letterlijk, niet figuurlijk. Mijn hersenen kunnen het niet aan en dus neemt mijn gevoel het over. Soms laat ik het toe, soms vecht ik ertegen. Hoe dan ook, mijn verstand verliest het keer op keer.

Klaproos

Ik verlies het ook steeds van het bang zijn. Die angstcultuur zit er bij mij goed in. Meegekregen van thuis (‘dat kun je beter niet hardop zeggen’), meegemaakt op m’n werk (‘transparantie heeft een grens’). Ook ik voel de weerzin voor de maatschappij. Jouw woorden: Vatbaar ben ik. Voor alle ellende op deze aardkloot. Het verdriet. De pijn. Het onvermogen in de maatschappij. Om naast elkaar te staan. Ze zouden van mezelf kunnen zijn. Dat hebben we gemeen.

Maar ik wil niet dood. Ik moet eerst nog even snel leren leven. Onder de knie krijgen om me te concentreren op dat kleine, grijpbare, wat hier en nu om me heen is. Zonder de angst voor het verlies ervan. In welk opzicht dan ook.

Ik lees jouw blogs daarom altijd met een gevoel van bewondering en respect. Jij schrijft wat in je opkomt, je geeft je ongezouten mening, je laat een groot deel van jezelf zien zonder bang te zijn voor de reactie van anderen. Het maakt je niet uit of jouw omgeving daarna anders naar je kijkt. Die anderen, zeg jij, brengen jou niet uit balans. Mij wel. Meer dan me lief is. Bij elke tekst die ik plaats ben ik bang dat hij me zal achtervolgen. Dat mijn woorden worden verweven met de werkelijkheid. Dat ik datgene wat ik beter niet hardop kan zeggen ook maar beter niet zwart op wit online kan zetten. Daar baal ik van. Eén van mijn tien vingers heeft altijd een afgekloven nagel. L’enfer, c’est les Autres.

Bij het teruglezen van een paar van mijn oudere blogs viel me op dat angst en dood steeds terugkerende thema’s zijn. Ik schrok zelf van de zwaarmoedigheid. Maar ik kan er niks aan doen. Ik geloof niet, net als jij, dat er ooit iets beters komt. Ik geloof in niks. Behalve in dat oneindige heelal dat niet in mijn hoofd past, maar dat ik er wel dagelijks in probeer te proppen. In een wereld die ooit begon met een knal en die nu langzaam, zachtjes jammerend, ten onder gaat. En dat dat gebeurt voordat ik heb uitgevonden hoe ik erom kan lachen. Hoe kun je daar nu in godsnaam niet bang voor zijn?

Wat heb ik daarvoor nodig? Naïviteit? Onverschilligheid? Intelligentie, of juist een gebrek daaraan? Of is het is zo eenvoudig als Jacob Jan Voerman beschrijft, en moet ik alleen maar stoppen met het zoeken naar die gebruiksaanwijzing. Maar dat is ook makkelijker gezegd dan gedaan.

Ik heb daarom nu bedacht dat mijn eerstvolgende blog een tekst moet worden over iets heel kleins. Iets alledaags. Iets leuks. Over dat ik vanavond verse asperges eet. Over de merel die hier elke ochtend op het dak van de schuur een deuntje fluit. Over de klaprozen die overal om ons huis heen uit de grond zijn geschoten.

Niks niet angst of dood. Gewoon wat meer (be)leven. Onderwerpen die geen partij zijn voor mijn verstand, mijn hersenen. Zo’n bordje asperges gaat er zonder problemen in. Misschien komt er dan ook wat meer positiviteit uit.

Wat denk jij, kunnen we dat aan?

Share Button
24 comments
Aug 05

Jij bent steeds een ander

Schrijf ik voor mezelf, of voor een ander? Als ik alleen voor mezelf zou schrijven, zou ik dit net zo goed in een papieren dagboek kunnen doen. Of op een niet-openbare plek op mijn pc. Ik zet mijn teksten echter online. Toegankelijk voor iedereen, leesbaar voor de hele wereld. En als ik reacties krijg op posts, ben ik daar blij mee. Dus… schrijf ik wel degelijk (ook) voor anderen. Voor jou. Ik wil weten wat jij ervan vindt. Maar als je me zou zeggen dat mijn teksen je niets doen, zou ik mijn stijl dan aanpassen? Nee, hoogstwaarschijnlijk niet. Een tekst is nu eenmaal een gedeelte van mij. Zou ik het erg vinden? Ja, want je wijst dan een deel van mij af. En dat vind ik vaak nog erg moeilijk.

'Digit Master' door chimpansee Bakhari

Schrijven is in dit opzicht maar een vreemd ambacht. Ik begon er ooit mee, als kind, omdat ik het leuk vond. Het verzinnen van een verhaal, het kiezen van woorden, dat proces maakte me blij, zorgde voor creativiteit. En ik was er goed in. Als basisschoolmeisje ontving ik als allereerste ooit het cijfer 10 voor een opstel. Ik groeide ter plekke vijf centimeter van pure trots. Vanaf dat moment wist ik: als ik groot ben, word ik schrijfster. Schrijf ik een boek. En vind iedereen mij goed.

Maar wanneer ben je als schrijver ‘goed’? Als je iets publiceert? Als je veel boeken hebt verkocht? David Baldacci is wereldberoemd en verkoopt als een tierelier, maar ik kom niet door zijn boeken heen. Jij misschien wel. Eén van mijn lievelingsboeken, The Secret History van Donna Tartt, werd door een vriendin als ‘taai’ bestempeld. Onbegrijpelijk. Voor mij. Dus wat is toegankelijk en leesbaar, goed of slecht? Wat is kunst, wat is literatuur? En wie bepaalt dat? Een groep critici, vaak van een bepaalde generatie, die een afvinkbare lijst kenmerken heeft opgesteld waar een tekst, boek  of schilderij aan moet voldoen?  Maar hoe zit het dan met hún persoonlijke smaak?

'Flower Pot' door olifant Boon Mee

Flower Pot door olifant Boon Mee

Een tijd geleden zag ik een documentaire over een expositie van abstracte schilderijen. Kunstcritici waren vol lof over de nieuwe kleurencomposities en de onderliggende thema’s van de doeken. Totdat bekend werd dat de doeken door apen waren geschilderd. Tegenwoordig kun je in het Museum of Zoology in London naar een expositie van schilderijen die door dieren zijn gemaakt: Art by Animals. Als de creatieve uitspattingen van dieren al ‘kunst’ worden genoemd, zijn niet alle mensen dan per definitie kunstenaars?

Ik zie mijzelf niet als kunstenaar. Wel als schrijver. Omdat ik schrijf. Dat doe ik voor mezelf én voor een ander. Voor mezelf omdat het mij verlicht. Dat wat ik wil zeggen komt in geschreven woorden altijd beter uit de verf dan hardop uitgesproken. Voor jou, omdat ik weet dat je er bent. Altijd.

Haye van der Heyden schreef ooit een boek met de prachtige titel Jij bent steeds een ander. Jij, de lezer, de toeschouwer, de luisteraar, bent niet iedere dag dezelfde. De ene keer ben je iemand die van ondoorgrondelijke woorden houdt, de andere keer word je blij van column-achtige teksten die een punt maken. Ik ben zelf ook niet iedere dag hetzelfde. De ene keer ben ik boos of verdrietig, de volgende keer tevreden of blij. En mijn teksten zijn dan ook steeds verschillend.

Jou er keer op keer mee weten te raken, dat is de uitdaging. Me niets aantrekken van wat anderen er van vinden, dat is (de) kunst.

Share Button
11 comments
Jul 20

Struikelblog

Schrijven voorkomt hoorbaar struikelen over woorden. In mijn hoofd liggen gedachten en formuleringen door elkaar op één grote hoop. Verschoven, ondersteboven. Woorden stommelen als onbeholpen kinderen uit mijn mond. Enthousiast en oprecht, maar vaak ook ondoordacht of tactloos.

Schrijven is ordenen. Hier en daar veeg ik wat rondslingerende lettergrepen bij elkaar, ik maak stapeltjes van opmerkingen die hetzelfde lijken te zeggen. En in een hoekje waar het rustig is maak ik een speciaal plekje vrij. Daar komen de woorden die prettig klinken, de zinnen die vloeiend lopen en de beelden die goed passen. Tussen dat hoekje en de chaos loop ik heen en weer. Soms kalm en beheerst, veel vaker ongeduldig en gefrustreerd.

Want er is ook nog dat deurtje naar buiten. Een deur die uitkomt op een klein pleintje, waar ik soms de door mij geordende woordenstroom tevoorschijn tover. Waar passanten blijven staan en aandachtig luisteren. Waar ik zomaar kan worden aangesproken of… waar ik helemaal niet word opgemerkt. Dat laatste raakt me. Vaak laat ik die deur daarom gesloten. Voor de zekerheid.

Vorige week klopte er ineens iemand aan. Hij stak zijn hoofd om de hoek van de deur en zei: kom naar buiten. Haal het slot van de deur. Wees niet bang als mensen naar binnen gluren en de rommel zien. Want dat ben jij.

Aan de overkant van het plein zie ik hem staan, hij steekt met kop en schouders boven de massa uit. En als ik goed luister, hoor ik vooral mooie geluiden.

Ik doe een klein stapje naar vooruit.

Het maakt niet uit als ik struikel.

 

Share Button
18 comments