Tag: digitaal

Jun 13

Mijn wijsvinger is nooit ziek

Zieke wijsvingerMijn leidinggevende volgt mij op Twitter. Toen ze las dat mijn dochter doorsliep, sprak ze me er tijdens de lunch op aan; ze vond het zo fijn voor me dat ik nu weer wat fitter was. Aardig, vond ik. Of zou ze bedoelen dat ik de weken daarvoor niet zo goed had gepresteerd?

Tot een aantal jaren geleden was ik er uitzonderlijk goed in om mijn privéleven compleet gescheiden te houden van mijn werk. Als ik om vijf uur de deur van mijn kantoor achter me dichttrok was ik mijn werk praktisch al vergeten. Die toestand van gelukzaligheid hield zonder problemen tot maandagochtend aan. Niemand wist wat er zich in mijn hoofd afspeelde of wat ik in het weekend had gedaan, tenzij ze er specifiek naar vroegen.

Tegenwoordig ligt dat anders. Op Twitter zien collega’s dat ik donderdagavond met vriendinnen bij Central Park in Utrecht heb gegeten, dat de pasta er niet zo lekker was en het personeel te nonchalant, maar dat de wijntjes er desondanks (of juist daardoor) goed in gingen. Foursquare zorgt ervoor dat iedereen weet dat ik mijn broodbeleg bij Slagerij van Es koop, terwijl ik eigenlijk fan ben van Slagerij de Molen. Op mijn blog kunnen collega’s lezen dat ik mijn benen niet graag scheer en bang ben voor de dood.

Dat al die mensen op basis van die informatie een bepaalde indruk van mij krijgen, zonder dat ze me ooit in het echt hebben ontmoet, zorgt er ook voor dat ik voorzichtiger word in het etaleren van mijn mening. Laatst las ik een tweet over een promotieonderzoek. Een onderzoek waarvan ik direct dacht “pfffffff, als je dáárop kunt promoveren, hoe serieus moeten we de term ‘wetenschap’ dan nog nemen?!” Ik stond op het punt om hier op Twitter een opmerking over te maken, maar bedacht me. Want dat is misschien niet zo handig als je de communicatie ‘doet’ bij een organisatie waar onderzoek core business is.

Vooral huis-, tuin- en keukentweets dan maar? Over dat mijn kind tandjes krijgt. Dat ik koffie zit te drinken en me erger aan een vervelende vlieg. Dat ik naar bed ga met Paul Auster. En een maand geleden nog met Peter Buwalda. Maar ook die tweets zijn niet meer zo onschuldig als ze lijken. Als ik ziek thuis ben, maar wel zit te twitteren, zou mijn leidinggevende kunnen denken “wie kan twitteren, kan ook op het werk achter een pc zitten.” Aan de energie in mijn tweets valt niet af te lezen dat ik op hetzelfde moment met dikke rode ogen en een rochelende hoest onder de dekens lig. Mijn wijsvinger heeft nu eenmaal geen last van griep en verkoudheid.

Tegenwoordig worden er mensen ontslagen vanwege hun uitspattingen op social media. Rechters erkennen uitspraken op Twitter of Facebook zelfs als bewijsmateriaal bij arbeidsconflicten. Zit je overspannen thuis, maar plaats je een foto van jezelf online waarop je lachend een biertje vasthoudt? Reden voor ontslag. Want ja, als je overspannen bent kun je helemaal nergens meer om lachen. En hoor de je puf niet te hebben om dat glas bier überhaupt vast te kunnen houden. Zo krijgt het begrip ‘interessante content’ ineens een heel andere betekenis.

Share Button
19 comments
Feb 02

Mosterd

“Goedemorgen, kunt u mij vertellen waar ik de peperkorrels kan vinden?”

“Naast de mosterdzakjes.”

“Oké… maar waar liggen de mosterdzakjes?”

“Direct naast de peperkorrels.”

Aan dit tv- of radiospotje uit mijn jeugd moet ik denken als ik een antwoordmail van de ANWB ontvang op mijn vraag of ze ons nu eindelijk eens uit het bestand kunnen verwijderen. In november 2011 hebben Man & ik ons lidmaatschap opgezegd, maar we ontvangen nog steeds ANWB-post, nieuwsbrieven en e-mails. De beller is sneller gaat bij de ANWB jammer genoeg niet op; aan de telefoon word ik sinds december steevast in de wacht gezet, terwijl er geautomatiseerde informatie wordt herhaald (“Op dit telefoonnummer kunt u géén pechmelding doorgeven”), gevolgd door actuele acties voor leden. Ik ben gedwongen te luisteren naar een verveelde vrouwenstem die me produkten adviseert waar ik niets meer mee te maken wil hebben en die me vervolgens na enkele minuten ook nog eens meedeelt dat het erg druk is en ik het op een ander tijdstip nog eens moet proberen. Wat een pech! Jammer dat ik dat niet op dit telefoonnummer mag doorgeven.

Dan maar via de ANWB-website. Inmiddels is het meer dan vier weken geleden dat ik mijn vraag via het contactformulier verstuurde. En gisteren dus eindelijk een antwoord:

“Geachte mevrouw, vanwege onverwachte drukte hebben wij nog geen mogelijkheid gehad om uw vraag te beantwoorden. Als uw vraag nog actueel is, kunt u ons dan mailen of bellen?” Daaronder netjes een kopie van mijn vraag. Aangezien de mail door een bestaande persoon is verstuurd (er staat een naam onder), mail ik direct terug. Wie weet kan deze meneer me vandaag nog uitsluitsel geven. “Ja, mijn vraag is nog actueel! Kunt u mij per direct uit uw bestand verwijderen, wij zijn namelijk geen lid meer!” Tien minuten later ontvang ik een reactie: “Dit is een automatisch e-mailbericht. Wegens de grote drukte kunnen wij uw vraag niet direct in behandeling nemen. Reacties op dit bericht worden niet gelezen of beantwoord.”

Van dit soort mosterdzakjesdienstverlening moet ik heel diep zuchten. Helaas is de ANWB geen uitzondering. Vanochtend op het werk nog vertelde een nieuwe collega dat hij via de ICT-Servicedesk had geprobeerd om toegang tot de digitale omgeving van onze afdeling te krijgen. Wel zo handig, als je hier werkt. De Servicedesk deelde hem mee dat hij niet bij hun moest zijn en gaf hem een aantal namen door van medewerkers die hem wél konden helpen. Bij het zoeken naar de telefoonnummers behorend bij deze namen, kwam mijn collega weer terecht op de website van de ICT-Servicedesk, waar de betreffende personen deel van uit bleken te maken. In dit geval weten de peperkorrels dus zelf blijkbaar niet eens dat ze direct naast de mosterzakjes liggen.

Gelukkig zijn er ook organisaties die wel goed met hun klanten omgaan. Laatst was ik erg teleurgesteld over de smaak van mijn favoriete Chio Chips-zoutjes; ze waren niet zo lekker als normaal. Voor de zekerheid kocht ik een nieuw zakje, maar ook die inhoud bleek lang niet zo lekker als ik gewend was. Via de website van Chio meldde ik de tegenvaller. Binnen een week had ik antwoord van zowel Chio zelf als van de leverancier Intersnack. Ze gingen met mijn klacht aan de slag en als dank voor het doorgeven kreeg ik het bedrag van drie zakjes chips teruggestort.

Hier kunnen andere organisaties een voorbeeld aan nemen. Weg met de mosterdzakjesdienst-verlening, hoera voor de chipszakjesmentaliteit!

Share Button
comment?
Jan 05

Backwash

De verkoper neemt mijn Nokia N95 aan alsof ik hem vraag of hij even een half opgegeten boterham voor me kan vasthouden. “Jaja, pure nostalgie,” hoor ik mezelf zeggen. Hij grimast een verkopersglimlach en met een paar klikken zet hij mijn contactenlijst over op mijn nieuwe Android-toestel. Android… een woord dat ik niet zo lang geleden uitsluitend associeerde met robotachtige wezens in science fiction films.

Het is me al snel duidelijk waarom mijn nieuwe phone zo ontzettend smart is: hij geeft me het gevoel dat ík slim ben! Waar ik bij voorgaande toestellen eerst de gebruiksaanwijzing moest lezen en er even over deed om de menuvoering onder de knie te krijgen, ben ik nu met één touch op het scherm waar ik wil zijn: in mijn mailbox, Facebook-profiel, Twitter-timeline of LinkedIn-account. Iedere inkomende mail wordt aangekondigd met een subtiel ‘pling’, WhatsApp zorgt ervoor dat ik me niet meer schuldig hoef te voelen over duurbetaalde sms-excessen en in mijn vrije tijd reageer ik al die online-stress af door boze vogels te katapulteren. Ik heb het drukker dan ooit tevoren. Bovendien ben ik een stuk socialer geworden. Tot een paar weken geleden stond ik er soms op dat Man ‘s avonds de laptop dichtklapte om met mij te communiceren; tegenwoordig kunnen we allebei online zonder dat we een woord met elkaar hoeven te wisselen.

Eén van mijn favoriete apps is dat spelletje waarvan ik altijd dacht dat het me niet zou pakken: Wordfeud. Dat ik ook hiervan slimmer word staat buiten kijf. Sinds ik ben begonnen met ‘weurdfjoeten’ is mijn vocabulair exponentieel gegroeid, ik behaalde al punten met woorden als ‘leba’, ‘naga’, ‘welen’ en ‘gad’. En al hoor ik om me heen andere geluiden, ik heb wel degelijk een sociaal aspect aan Wordfeud ontdekt: vanwege het feit dat niet al mijn familieleden een smartphone bezitten, speelden we tijdens de feestdagen een ouderwetsch gezellig (bord)spelletje Scrabble. Ook zijn Man & ik, nu fysiotherapie niet meer standaard in het basispakket van de zorgverzekering zit, genoodzaakt elkaar vaker te trakteren op een spontane massage ter voorkoming van een ‘smartphone-nek’. Zo brengt die hypermoderne Android de mensen toch dichter bij elkaar. Pure nostalgie.

 

 

 

Share Button
19 comments
Nov 07

De eend en de digi-bijt

Enigszins laat en lichtelijk buiten adem arriveer ik op 27 oktober 2011 bij Seats2Meet in Maarssen. Tijdens het openingswoord van Ronald van den Hoff neem ik stilletjes plaats in de volle zaal. Op de muur links van me een twitterfountain, om me heen veel iPads en scrollende smartphonevingers. Met mijn logge Nokia N95, waarmee ik door een onhandig gekozen sim only abonnement niet eens onbeperkt het internet op kan, voel ik me een beetje een holbewoner tussen al die society-drie-punt-nullers. Maar dat mag de pret niet drukken; ik zit hier toch maar mooi als winnaar van de gratis toegangskaart! En dat terwijl ik pas sinds een aantal weken een persoonlijk twitteraccount heb, met slechts 32 volgers.

Het verkrijgen van zoveel mogelijk stemmen voor mijn inzending door middel van sociale media was dan ook een grote uitdaging. En daarom extra motiverend. Allereerst ging ik heel old school te werk door m’n complete contactenlijst te mailen en vroeg ik vrienden een bericht op hun Facebookpagina te zetten. Ik plaatste een oproep op het intranet van de Universiteit Utrecht, waar ik werk. Ik meldde, uiteraard met een knipoog, dat het door de bezuinigingen in hoger onderwijsland zelfs al lastig was om een toegangskaartje van 99€ vergoed te krijgen en vroeg mijn netwerk binnen de organisatie om me te helpen. Dit had het gewenste sneeuwbaleffect en ik zag het aantal stemmen op mijn inzending vrolijk omhoog tikken. Op de sluitingsdag stokte de teller, terwijl ik het aantal stemmen van mijn grootste concurrente nog zag oplopen. Ik kon echter geen netwerk meer bedenken dat ik nog kon aanboren. Tenzij… ik mijn virtuele contacten op een discussieforum zou inschakelen. Dan zou mijn nickname echter aan mijn real life-naam worden gekoppeld. Ik twijfelde. Wilde ik wel dat mijn zakelijke contacten ergens konden vinden waarom ik soms een baaldag heb op m’n werk? Of dat ik vaak een traantje wegpink bij emo-tv zoals ‘Hello Goodbye’?  Ik besloot voor de zekerheid een nieuwe nick aan te maken. In mijn topic vroeg ik de lezers om alle inzendingen op de @Socmedprak-website te beoordelen en – als ze mijn inzending daadwerkelijk de leukste vonden – mij blij te maken met hun stem. Als tegenprestatie zou ik mijn opgedane kennis met hen delen. Het werkte! Mensen stuurden berichtjes dat ze mijn ‘voor wat hoort wat’-mentaliteit sympathiek vonden en in de laatste uren van de wedstrijd zag ik de overwinning naderbij komen. Bovendien was ik blij verrast over het feit dat ik als onopvallende eend zonder vaste kroost die buffel had weten te beklimmen, waardoor mijn bescheiden gekwaak toch over het gehele veld te horen was.

Dat is ook de boodschap van de sprekers op 27 oktober in Maarssen: met social media kun je wel degelijk een verschil maken (@EllenFaxion); het is er, je moet er iets mee, dus stop met discussiëren over de zin of onzin ervan (@Elbrich_); begin gewoon en be the dancing guy in the valley (@roosvanvugt). Met hernieuwde energie stap ik maandag de werkvloer op. Op tijd, vol inspiratie en met een lange, lange adem.

Kijk voor meer nieuws rondom dit event op de website van Sociale Media in de Praktijk.

Share Button
1 comment