Tag: blog

Aug 05

Jij bent steeds een ander

Schrijf ik voor mezelf, of voor een ander? Als ik alleen voor mezelf zou schrijven, zou ik dit net zo goed in een papieren dagboek kunnen doen. Of op een niet-openbare plek op mijn pc. Ik zet mijn teksten echter online. Toegankelijk voor iedereen, leesbaar voor de hele wereld. En als ik reacties krijg op posts, ben ik daar blij mee. Dus… schrijf ik wel degelijk (ook) voor anderen. Voor jou. Ik wil weten wat jij ervan vindt. Maar als je me zou zeggen dat mijn teksen je niets doen, zou ik mijn stijl dan aanpassen? Nee, hoogstwaarschijnlijk niet. Een tekst is nu eenmaal een gedeelte van mij. Zou ik het erg vinden? Ja, want je wijst dan een deel van mij af. En dat vind ik vaak nog erg moeilijk.

'Digit Master' door chimpansee Bakhari

Schrijven is in dit opzicht maar een vreemd ambacht. Ik begon er ooit mee, als kind, omdat ik het leuk vond. Het verzinnen van een verhaal, het kiezen van woorden, dat proces maakte me blij, zorgde voor creativiteit. En ik was er goed in. Als basisschoolmeisje ontving ik als allereerste ooit het cijfer 10 voor een opstel. Ik groeide ter plekke vijf centimeter van pure trots. Vanaf dat moment wist ik: als ik groot ben, word ik schrijfster. Schrijf ik een boek. En vind iedereen mij goed.

Maar wanneer ben je als schrijver ‘goed’? Als je iets publiceert? Als je veel boeken hebt verkocht? David Baldacci is wereldberoemd en verkoopt als een tierelier, maar ik kom niet door zijn boeken heen. Jij misschien wel. Eén van mijn lievelingsboeken, The Secret History van Donna Tartt, werd door een vriendin als ‘taai’ bestempeld. Onbegrijpelijk. Voor mij. Dus wat is toegankelijk en leesbaar, goed of slecht? Wat is kunst, wat is literatuur? En wie bepaalt dat? Een groep critici, vaak van een bepaalde generatie, die een afvinkbare lijst kenmerken heeft opgesteld waar een tekst, boek  of schilderij aan moet voldoen?  Maar hoe zit het dan met hún persoonlijke smaak?

'Flower Pot' door olifant Boon Mee

Flower Pot door olifant Boon Mee

Een tijd geleden zag ik een documentaire over een expositie van abstracte schilderijen. Kunstcritici waren vol lof over de nieuwe kleurencomposities en de onderliggende thema’s van de doeken. Totdat bekend werd dat de doeken door apen waren geschilderd. Tegenwoordig kun je in het Museum of Zoology in London naar een expositie van schilderijen die door dieren zijn gemaakt: Art by Animals. Als de creatieve uitspattingen van dieren al ‘kunst’ worden genoemd, zijn niet alle mensen dan per definitie kunstenaars?

Ik zie mijzelf niet als kunstenaar. Wel als schrijver. Omdat ik schrijf. Dat doe ik voor mezelf én voor een ander. Voor mezelf omdat het mij verlicht. Dat wat ik wil zeggen komt in geschreven woorden altijd beter uit de verf dan hardop uitgesproken. Voor jou, omdat ik weet dat je er bent. Altijd.

Haye van der Heyden schreef ooit een boek met de prachtige titel Jij bent steeds een ander. Jij, de lezer, de toeschouwer, de luisteraar, bent niet iedere dag dezelfde. De ene keer ben je iemand die van ondoorgrondelijke woorden houdt, de andere keer word je blij van column-achtige teksten die een punt maken. Ik ben zelf ook niet iedere dag hetzelfde. De ene keer ben ik boos of verdrietig, de volgende keer tevreden of blij. En mijn teksten zijn dan ook steeds verschillend.

Jou er keer op keer mee weten te raken, dat is de uitdaging. Me niets aantrekken van wat anderen er van vinden, dat is (de) kunst.

Share Button
10 comments
Jul 20

Struikelblog

Schrijven voorkomt hoorbaar struikelen over woorden. In mijn hoofd liggen gedachten en formuleringen door elkaar op één grote hoop. Verschoven, ondersteboven. Woorden stommelen als onbeholpen kinderen uit mijn mond. Enthousiast en oprecht, maar vaak ook ondoordacht of tactloos.

Schrijven is ordenen. Hier en daar veeg ik wat rondslingerende lettergrepen bij elkaar, ik maak stapeltjes van opmerkingen die hetzelfde lijken te zeggen. En in een hoekje waar het rustig is maak ik een speciaal plekje vrij. Daar komen de woorden die prettig klinken, de zinnen die vloeiend lopen en de beelden die goed passen. Tussen dat hoekje en de chaos loop ik heen en weer. Soms kalm en beheerst, veel vaker ongeduldig en gefrustreerd.

Want er is ook nog dat deurtje naar buiten. Een deur die uitkomt op een klein pleintje, waar ik soms de door mij geordende woordenstroom tevoorschijn tover. Waar passanten blijven staan en aandachtig luisteren. Waar ik zomaar kan worden aangesproken of… waar ik helemaal niet word opgemerkt. Dat laatste raakt me. Vaak laat ik die deur daarom gesloten. Voor de zekerheid.

Vorige week klopte er ineens iemand aan. Hij stak zijn hoofd om de hoek van de deur en zei: kom naar buiten. Haal het slot van de deur. Wees niet bang als mensen naar binnen gluren en de rommel zien. Want dat ben jij.

Aan de overkant van het plein zie ik hem staan, hij steekt met kop en schouders boven de massa uit. En als ik goed luister, hoor ik vooral mooie geluiden.

Ik doe een klein stapje naar vooruit.

Het maakt niet uit als ik struikel.

 

Share Button
18 comments
Nov 08

Collega m/v

De verschillen tussen mannen en vrouwen bieden steeds opnieuw aanleiding tot artikelen in psychologiemagazines en populaire zelfhulp-literatuur. In boeken als “Mannen komen van Mars, Vrouwen van Venus” worden de verschillen beschreven aan de hand van het gedrag van mannen en vrouwen binnen relaties. De vrouwen komen er maar bekaaid af: ze zeggen niet wat ze bedoelen en laten zich leiden door emoties. Maar hoe is dat op de werkvloer?

Lang geleden heb ik een periode bij een bedrijf gewerkt waar negen van de tien medewerkers vrouw was. Tot mijn spijt – en met het gevaar mijn eigen sekse in een negatief daglicht te stellen – moest ik concluderen dat het werken met veel vrouwen me destijds niet goed beviel. De onderlinge strijd tussen de dames was constant voelbaar, beginnend met ongezouten kritieken op iemands uiterlijke kenmerken (“een rokje met zulke bovenbenen kan écht niet!”) tot aan afwijzingen op grond van andermans succes (“sinds zij die promotie heeft gekregen denkt ze zeker dat ze iedereen de les kan lezen!”). De mannen leken zich veel minder bezig te houden met dit soort onderwerpen. De bovenbenen van Piet doen voor mannen nu eenmaal niet ter zaken en als Hans een zakelijk succes heeft behaald is dat een reden om hem te feliciteren. Vrouwen kunnen het veel slechter accepteren als een (vrouwelijke) collega haar werk beter doet, concludeert ook Bram Buunk, hoogleraar evolutionaire sociale psychologie, in Intermediair. Over vrouwen op de werkvloer zegt hij: “Als één van hen zich onderscheidt, zetten ze daar met zijn allen de rem op. Het is een glazen plafond in het hoofd van vrouwen zelf.” Het blad constateert verder dat vrouwen het prettiger vinden om op het werk als team te worden beoordeeld; op het moment dat er individueel wordt beloond leidt dit bij vrouwen tot een verslechtering van de onderlinge contacten.

Helaas komen deze conclusies voor mij, als vrouw, niet als een verrassing. Ook (vrouwelijke) kennissen en collega’s bevestigen dat afgunst onder vrouwen hen bekend voorkomt, met ‘roddelen’ als één van de meest voorkomende symptomen. Daarnaast wordt genoemd dat vrouwen zich kritiek op de werkvloer snel persoonlijk aantrekken, waardoor eerder spanningen ontstaan. Mannen leggen een negatieve beoordeling sneller naast zich neer, maken er een grapje over en zijn daarna gewoon nog steeds overtuigd van hun positieve kwaliteiten.

Wat bijna alle vrouwen fijn vinden aan hun mannelijke collega’s is hun directheid: mannen zeggen zonder omhaal waar het op staat. Dat is duidelijk. En makkelijk. Want waar mannen na een werkgerelateerd conflict probleemloos met elkaar gaan borrelen, hebben vrouwen er iets meer moeite mee om na een heftige discussie met een gemeende glimlach het glas te heffen.

Vraag mannen wat zij waarderen in hun vrouwelijke collega’s en negen van de tien keer komen de antwoorden (na een korte denkpauze) neer op: ‘tien dingen tegelijk kunnen’, ‘voor de sfeer op de afdeling zorgen’ en ‘heel toegankelijk zijn voor een praatje’. Dit lijkt in eerste instantie een mager tegenbod van het andere geslacht. Toch schuilen er in deze uitlatingen meer positieve eigenschappen dan gedacht. Wat deze mannen eigenlijk bedoelen, is dat vrouwen voorop lopen als het gaat om multitasking, dat ze beschikken over een natuurlijk ontwikkeld empathisch vermogen waardoor ze goed kunnen luisteren, én dat ze bovendien zeer bedreven zijn in het onderhouden van zowel interne als externe contacten, wat het gevoel van saamhorigheid onder de medewerkers stimuleert. En laat dat nu, stuk voor stuk, zeer belangrijke punten zijn in de strategie van iedere succesvolle organisatie.

Bron: www.intermediair.nl (2009)

 

Share Button
comment?
Nov 07

De eend en de digi-bijt

Enigszins laat en lichtelijk buiten adem arriveer ik op 27 oktober 2011 bij Seats2Meet in Maarssen. Tijdens het openingswoord van Ronald van den Hoff neem ik stilletjes plaats in de volle zaal. Op de muur links van me een twitterfountain, om me heen veel iPads en scrollende smartphonevingers. Met mijn logge Nokia N95, waarmee ik door een onhandig gekozen sim only abonnement niet eens onbeperkt het internet op kan, voel ik me een beetje een holbewoner tussen al die society-drie-punt-nullers. Maar dat mag de pret niet drukken; ik zit hier toch maar mooi als winnaar van de gratis toegangskaart! En dat terwijl ik pas sinds een aantal weken een persoonlijk twitteraccount heb, met slechts 32 volgers.

Het verkrijgen van zoveel mogelijk stemmen voor mijn inzending door middel van sociale media was dan ook een grote uitdaging. En daarom extra motiverend. Allereerst ging ik heel old school te werk door m’n complete contactenlijst te mailen en vroeg ik vrienden een bericht op hun Facebookpagina te zetten. Ik plaatste een oproep op het intranet van de Universiteit Utrecht, waar ik werk. Ik meldde, uiteraard met een knipoog, dat het door de bezuinigingen in hoger onderwijsland zelfs al lastig was om een toegangskaartje van 99€ vergoed te krijgen en vroeg mijn netwerk binnen de organisatie om me te helpen. Dit had het gewenste sneeuwbaleffect en ik zag het aantal stemmen op mijn inzending vrolijk omhoog tikken. Op de sluitingsdag stokte de teller, terwijl ik het aantal stemmen van mijn grootste concurrente nog zag oplopen. Ik kon echter geen netwerk meer bedenken dat ik nog kon aanboren. Tenzij… ik mijn virtuele contacten op een discussieforum zou inschakelen. Dan zou mijn nickname echter aan mijn real life-naam worden gekoppeld. Ik twijfelde. Wilde ik wel dat mijn zakelijke contacten ergens konden vinden waarom ik soms een baaldag heb op m’n werk? Of dat ik vaak een traantje wegpink bij emo-tv zoals ‘Hello Goodbye’?  Ik besloot voor de zekerheid een nieuwe nick aan te maken. In mijn topic vroeg ik de lezers om alle inzendingen op de @Socmedprak-website te beoordelen en – als ze mijn inzending daadwerkelijk de leukste vonden – mij blij te maken met hun stem. Als tegenprestatie zou ik mijn opgedane kennis met hen delen. Het werkte! Mensen stuurden berichtjes dat ze mijn ‘voor wat hoort wat’-mentaliteit sympathiek vonden en in de laatste uren van de wedstrijd zag ik de overwinning naderbij komen. Bovendien was ik blij verrast over het feit dat ik als onopvallende eend zonder vaste kroost die buffel had weten te beklimmen, waardoor mijn bescheiden gekwaak toch over het gehele veld te horen was.

Dat is ook de boodschap van de sprekers op 27 oktober in Maarssen: met social media kun je wel degelijk een verschil maken (@EllenFaxion); het is er, je moet er iets mee, dus stop met discussiëren over de zin of onzin ervan (@Elbrich_); begin gewoon en be the dancing guy in the valley (@roosvanvugt). Met hernieuwde energie stap ik maandag de werkvloer op. Op tijd, vol inspiratie en met een lange, lange adem.

Kijk voor meer nieuws rondom dit event op de website van Sociale Media in de Praktijk.

Share Button
1 comment
Nov 06

Wil

Een zonnige zaterdagochtend in de zomer van 2010. Ik zit in de auto, op weg van Utrecht naar mijn geboortestreek. Ik heb ruim twee uur voor de reis ingepland, om er zeker van te zijn dat ik niet te laat kom. Het is al behoorlijk warm voor de tijd van de dag. Bij Breda begint het verkeer ineens langzamer te rijden. Ik veeg een zweetdruppeltje van m’n slaap, stuur de auto enigszins naar links en tuur langs een lange rij achteruitkijkspiegels, op zoek naar een aanwijzing die een file op zaterdagochtend kan verklaren. Een paar minuten later sta ik stil, samen met tientallen andere weggebruikers; ik ben in de enige lange, stilstaande weekend-file in heel Nederland terechtgekomen.

Ik stap uit en kijk om me heen. Boven het asfalt en de rijen met auto’s voor en achter mij trilt de lucht van de hitte. Op de radio hoor ik dat er een ongeluk is gebeurd en dat de snelweg voor onbepaalde tijd is afgesloten. Ik kijk op mijn horloge. Wil is al gearriveerd in de bossen bij Zoomstede, liggend in een dichte kist. Zijn crematiedienst begint over twintig minuten. Ik laat me weer terug achter het stuur zakken. De tranen rollen van mijn wangen naar mijn kin en landen op mijn schoot. Ik pak mijn mobiel en bel mijn moeder. Luisterend naar de sussende klank van haar stem zet ik de motor af; de crematiedienst ga ik met geen mogelijkheid meer halen. Ik hang op en zet de radio harder. De DJ van radio Veronica roept op tot het aanvragen van muziek via sms. In een opwelling pak ik mijn mobiel en verstuur de tekst: “Ik sta in een file en ga daardoor de crematie van mijn beste jeugdvriend missen. Kunnen jullie een liedje voor hem draaien?” Ik sla met beide handen hard op het autostuur en haal dan een paar keer diep adem.

Een half uur lang zit ik zwetend in de auto. “Sorry,” zeg ik hardop tegen Wil. Dan hoor ik voor en achter me auto’s starten. Ik kijk op m’n horloge; de dienst is bijna voorbij. Op het moment dat ik in de eerste versnelling wegrijd, hoor ik op de radio: “Eef vraagt een liedje aan voor haar jeugdvriend, van wie ze de crematie gaat missen omdat ze in de file staat. Hier komt ie, het is een liedje van Metallica.” Ondanks de hitte krijg ik kippenvel. Metallica… dat is de band waar Wil zo van hield tijdens onze middelbare schooltijd. Ik troost me met de gedachte dat dit geen toeval kan zijn en trap het gaspedaal in.

 


Share Button
comment?
Nov 06

Bijwerkingen

In de verte hoor ik gejammer. Het gejammer van een kind…. míjn kind! Met een schok schrik ik wakker uit de droom die uitslapen heet en spring uit bed. De klok geeft 5:13 uur aan. Is het alwéér tijd voor een fles? Ik lig net goed en wel twee uur te slapen! Terwijl het gejammer overgaat in gehuil, zoek ik op de tast naar mijn bril. Hij ligt niet op het nachtkastje. Dan maar zonder bril. In m’n onderbroek ren ik de trap af naar de keuken. Kan ik nog even naar het toilet? Nee, het huilen gaat al over in schreeuwen, plassen moet later. Honderdvijftig ml. warm water, vijf scheppen poeder, even schudden. Mijn vingers trillen. Ik zet de fles neer en wil snel even wat te drinken voor mezelf uit de koelkast halen. Mijn dioptrie van -5,5 verhindert echter een gestroomlijnde handeling en ik stoot het zojuist klaargemaakte flesje melk om. Het geschreeuw zwelt intussen aan tot gebrul. Ondanks het feit dat ik half naakt in een koude keuken sta, voel ik een zweetdruppeltje langs mijn slaap naar beneden glijden.

Had men mij dit verteld? Zwangerschapsdementie is blijkbaar geen fabel, want vreemd genoeg kan ik het me niet meer herinneren. Natuurlijk had ik me voorbereid. Geen website was onaangeklikt gebleven, geen artikel ongelezen. TV-Programma’s als ‘de Kraamafdeling’ en ‘de Bevalling’ stonden maandenlang geprogrammeerd en op de keukentafel lagen nummers van ‘Ouders van Nu’, ‘Kinderen’ en ‘Viva Mama’ verspreid. En toch… was ik het echt ergens tegengekomen dat een baby om de 3 uur honger heeft? Dat ik de eerste weken als enige taak zou hebben dat probleem in recordtempo te verhelpen? Ik had de bijsluiter beter moeten lezen.

Als ik na een paar zenuwslopende minuten met een verwilderde blik in mijn ogen en een fles verse warme melk in de hand de slaapkamer van mijn dochter betreed, is het plotseling stil. Ik kijk in haar bedje, waar ze met grote blauwe ogen naar me ligt te kijken. Als ze haar mooiste glimlach produceert, voel ik hoe de meest intensieve bijwerking zich van mij meester maakt en heb ik het van het ene op het andere moment ineens niet meer koud.

Share Button
1 comment
Nov 06

Schooltijd

De jaren negentig. Onder het afdakje bij de ingang van het Juvenaat in Bergen op Zoom staat het welbekende rokersgroepje; ouderejaars met lange zwarte jassen en getoupeerd haar. Binnen houdt de conciërge alles in de gaten vanachter zijn glazen schuifraampjes, altijd een kopje koffie of soep in de aanbieding voor diegenen die er zijn uitgestuurd. In de gangen is het druk. Tassen worden van een zo groot mogelijke afstand in de daarvoor bestemde rekken gegooid – dat is een sport – en ‘brugpiepers’ rennen om conrector Quinten heen, die zichtbaar moeite doet om even vrolijk te blijven als de kleur van zijn colbert. Bij de lerarenkamer staat rector Schneiders – groot glimmend gezicht, toefje grijze haren, handen op de rug, wippend op de bal van zijn voeten – naar de menigte in de aula te kijken. Met een gele melkkaart in de hand wachten leerlingen in de rij bij de kantine, maar de meesten lopen in de pauze naar de supermarkt achter de school. De daar gekochte koeken worden tegen de regels in opgegeten op het studiebalkon.

In de lessen gaat het er soms roerig aan toe. Er gonzen geruchten die aangeven hoe zeer wij bezig zijn met het opzoeken van onze eigen en andermans grenzen. Een leerling saboteert op dusdanige wijze de Engelse les dat ze een bloempotje naar haar hoofd krijgt; een andere leerling heeft zo’n grote mond dat hij de inhoud van zijn boekentas uit het raam van de eerste verdieping ziet verdwijnen. In weer en wind stapt conrector Quinten in zijn knalgele regenpak op de fiets om een groepje spijbelaars uit het café in het centrum van de stad te gaan halen. Een vierdeklasser die tijdens een tussenuur te diep in het glaasje heeft gekeken wordt in de aula op een gymmat gelegd om bij te komen. Intussen worden er in de woonwagen op het schoolplein wel heel bijzondere sigaretten gerookt en wordt er gezoend achter het noodgebouw.

Het Juvenaat, een school die zich kenmerkte door een grote mate aan vrijheid in alle denkbare opzichten. Een school met – ook al voelden we dat destijds natuurlijk anders – ruimdenkende leraren en een ongewoon, doch doeltreffend beleid: neem die vrijheid, maar accepteer de gevolgen als je er verkeerd mee omgaat. Hartige woordjes werden gesproken door boegbeelden als Ome Leo en Anita Dietvorst, bij wie je met alles terecht kon, of je nu een tampon of een therapeut nodig had. Het Juvenaat was ook een ‘coole’ school. De feesten stonden in de wijde omtrek bekend als ruig (er werd toen nog gewoon alcohol geschonken), de Romereis was een indrukwekkend hoogtepunt van je schoolcarrière (jaren later herken ik tijdens een Rometrip het beeld van Laocoön en weet ik nog steeds hoe het zit met die draken) en de leraren waren stuk voor stuk unieke exemplaren. Zoals Vosman, die met zijn bekende ‘TATUUT, TATUUT’ door de gangen rende. Hugo de catecheseleraar die ondanks het stoffige imago van het vak zijn klassen wist te boeien met zijn verhalen – “Pas op! Er zijn altijd Apers op de kust!”. En een wandelende wiskundelerares en aardrijkskundeleraar van wie ik me tot op de dag van vandaag afvraag of het nu ooit iets is geworden tussen die twee. Ik herinner me de geweldige toneelstukken, geregisseerd door Robert van Schaik, en de laatste schooldag-stunts van de examenklassen, waarmee Farid Mezghad als ‘God’ de krant haalde. De schoolbands met Tim Kemperman en Ties Mellema, op wiens muziek werd ’gepogood’ ook al hoorde dat bij een totaal ander genre. De kerstgala’s compleet met Big Band, waarop we onze eerste foxtrot dansten.

Inmiddels leven we in de 21e eeuw en als ik op een ochtend de krant open sla, lees ik dat het Juvenaat een nieuw logo heeft met de kernwaarden baanbrekend, onverschrokken, onderscheidend, betrokken en uitmuntend. Ik denk aan mijn eigen schooltijd en voeg er in gedachten een zesde kernwaarde aan toe: autonoom. Want op het Juvenaat mocht iedereen zichzelf zijn, ook als je op dat moment (nog) niet jezelf was.


Share Button
comment?